Gerrit Komrij


 Causerie en rondleiding in het Gerrit Komrij Huis
 Zaterdag 20 mei 2017, 10.30 - 12.30 uur (VOL) en 13.30 - 15.30 uur 
(in het Nederlands, door Arie Pos en Joop Meijnen)
 
Zondag 21 mei 2017, 10.30 - 12.30 uur (in het Portugees, door Arie Pos)
 alleen toegang na inschrijvingsbevestiging

Gerrit Komrij woonde met zijn man Charles Hofman in Vila Pouca da Beira in Portugal. De prachtige vila in Italiaanse stijl heeft een prachtig ontwerp, een ruime tuin en kent mooie uitzichten over de omgeving. 

Programma
- 10.30 (of 13.30) uur ontvangst in het Gerrit Komrij Huis
- 10.45 (of 13.45) uur causerie over Winterswijkse achtergrond van Gerrit Komrij - Joop Meijnen
- 11.00 (of 14.00) uur causerie over het leven en werk van Gerrit Komrij - Arie Pos
- 11.15 (of 14.15) uur rondleiding in groepen van max. 12 personen door het Gerrit Komrij Huis

Kosten: € 15,-- p.p.

Aanmelden: Er kunnen maximaal 36 personen deelnemen aan deze unieke bijeenkomst. U dient zich hiervoor in te schrijven middels het contactformulier

Meer informatie over Gerrit Komrij en de huidige activiteiten van de Stichting Het Komrijk vindt u op www.hetkomrijk.nl en op facebook
Gerrit Komrij
Gerrit Komrij

Gerrit Komrij (Winterswijk 1944 - Amsterdam 2012) is een van de veelzijdigste en productiefste schrijvers in het Nederlands taalgebied. Hij debuteerde als dichter, was criticus en televisierecensent, stelde een aantal spraakmakende bloemlezingen poëzie samen, vertaalde veel literair werk (waaronder toneelstukken van Shakespeare) en schreef essays en romans.
Hij debuteerde in 1968 met de poëziebundel Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten, die meteen de aandacht trok door de oneigentijdse vaste vorm en de grillige humor. Hij zou zijn dichterschap altijd trouw blijven – hij publiceerde in totaal zo’n vijftien bundels, verzameld onder de titel Alle gedichten tot gisteren (2004).
In 1976 was hij een jaar lang een scherp televisierecensent voor NRC Handelsblad; zijn televisiekritieken werden in 1977 gebundeld in Horen, zien en zwijgen. Als literair recensent nam hij menig schrijver op de hak. In de jaren zeventig en tachtig maakte hij vooral naam als essayist, en hij schuwde in dat genre geen enkel onderwerp, van het feminisme tot aan de architectuur. Zijn virtuoze stijl en venijnige humor bleken ook hier zijn belangrijkste wapen. De essays werden gebundeld in boeken die veelal omineuze titels droegen: Heremijntijd (1978), Papieren tijgers (1978), Averechts (1980), Het boze oog (1983), Humeuren en temperamenten (1989), Met het bloed dat drukinkt heet (1991), Morgen heten we allemaal Ali (2010) en Kunstwonderen (2011).
In 1980 verscheen zijn eerste (autobiografische) roman, Verwoest Arcadië. Hij voegde er later andere aan toe: Over de bergen (1990), Dubbelster (1993), De klopgeest (2001), Hercules (2004) en De loopjongen (2012).
Bijzonder succesvol en invloedrijk waren zijn bloemlezingen poëzie, met name De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) en De 21ste eeuw in 185 gedichten (2010). Eigenzinnig en hilarisch is zijn bloemlezing Kakafonie. Encyclopedie van de stront (2006).
Komrij won vele prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs 1993 voor zijn beschouwend proza, en De Gouden Uyl 1999 voor In Liefde Bloeyende. In 2000 werd hij geëerd als doctor honoris causa aan de Universiteit van Leiden. Van 2000 tot 2004 was hij Dichter des Vaderlands, een functie waartoe hij door Nederlandse lezers was uitgeroepen.
Gerrit Komrij woonde tot 1984 in Amsterdam. Hij verhuisde in dat jaar naar Portugal, waar hij de eerste vier jaar woonde in Alvites en vanaf 1988 in Vila Pouca da Beira, waarvan hij een indrukwekkend beeld geeft in Vila Pouca (2008).
Gerrit Komrij overleed op 5 juli 2012.
In september 2012 verscheen het prachtige slotakkoord op een rijk en imposant oeuvre, de bundel Boemerang, in 2013 aangevuld met drie nieuw gevonden gedichten.
Arie Pos

Arie Pos (Boskoop, 1958) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en Algemene literatuurwetenschap in Leiden en daarnaast Vertaalwetenschap en Portugees. Tijdens en na zijn studie werkte hij bij het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag. Sinds 1989 woont hij in Portugal, waar hij Nederlandstalige letterkunde en cultuur doceerde aan de universiteiten van Coimbra, Lissabon en Porto. Hij is literair vertaler Portugees-Nederlands v.v. en vertaalde werk van onder meer Camões, Fernão Mendes Pinto, Miguel Torga, Jorge de Sena en Ana Luísa Amaral in het Nederlands en van onder meer Jan Huygen van Linschoten, Paul van Ostayen, J. Slauerhoff, Harry Mulisch, Cees Nooteboom, Anne Provoost, Arjen Duinker en Dimitri Verhulst in het Portugees. In 2008 provomeerde hij in Leiden op een proefschrift over literaire chinoiserie. Momenteel ordent hij de literaire nalatenschap van Gerrit Komrij en werkt hij aan diens biografie.
Joop Meijnen

Joop Meijnen (Winterswijk, 1951) studeerde politieke wetenschappen in Nijmegen en ging daarna de journalistiek in. Aanvankelijk werkte hij als correspondent van verschillende regionale en landelijke dagbladen in het oosten van het land (standplaats Arnhem). Eind 1988 stapte hij over naar de centrale redactie van NRC Handelsblad (destijds in Rotterdam, sinds 2012 in Amsterdam). Hij schreef vooral over sociale economie, Europese politiek en Europees recht. De laatste jaren voor zijn pensionering eind 2016 was hij coördinator-eindredacteur Economie.










Share by: